FC Utrecht – Vitesse. De wedstrijd tussen FC Utrecht en Vitesse is eigenlijk het verhaal van twee tegenovergestelden in dit seizoen. Van goed in vorm naar verlies op verlies, en andersom van slecht begin naar makkelijk winnen en goals scoren. FC Utrecht zit in een dip, Vitesse in de lift.

Peter Bosz heeft vertrouwen in Vitesse

Eerst het verhaal van de uitploeg. De Arnhemse club uit 1892 is een van de oudste betaald voetbalclubs in Nederland. Maar Vitesse won nog nooit een prijs buiten twee keer de Eerste Divisie. Sinds 1990 speelt Vitesse in de Eredivisie en was de eerste elf jaar maar liefst telkens goed voor een plek bij de beste zes. Tussen 2003 en 2011 kwam de ploeg juist vaak in het rechterrijtje en de laatste drie jaar is het op en af. Van titelpretendent naar middenmoter naar grijze muis. Dit seizoen leek ook weer snel opgegeven te kunnen worden met drie nederlagen en een gelijkspel in de eerste vier duels.

Maar toen ging de motor lopen. 14 punten en 22 goals uit zes duels hebben Vitesse weer naar de subtop gekatapulteerd. Woensdag was er de moeizame zege in de beker tegen FC Dordrecht met 2-1, maar genoeg aanleiding voor een beetje grootspraak van trainer Peter Bosz. “We zijn goed genoeg om de beker te winnen. Als we spelen zoals de tweede helft, maken we een hele grote kans. We creëren vooral veel kansen in een wedstrijd.”

De beker is de snelste weg naar Europees voetbal. Maar presteren in de soms onvoorspelbare Eredivisie is natuurlijk de eerste zorg. De blunder van Piet Velthuizen vorige week tegen NAC Breda (2-2) zorgde voor een kleine kink in de kabel, maar Vitesse lijkt het in zich te hebben om Europees voetbal via de competitie af te dwingen. Zonder de karrevracht aan Chelsea-huurlingen kan Vitesse het ook gewoon. Marko Vejinovic en Davy Pröpper tonen zich leiders op het middenveld, terwijl Abiol Dauda een prachtige verrassing voorin is.

FC Utrecht moet vrezen voor zwart gat

De tegenstander van Vitesse is eigenlijk eveneens een rare snuiter in de Eredivisie. Altijd wel goed voor een plekje in de middenmoot, met af en toe een uitschieter. In 2012/13 nog vijfde, maar vorig seizoen ineens tiende. De eindzeges in de KNVB Beker in 1985, 2002 en 2003 waren weer positieve uitschieters. Als tegenstander is FC Utrecht net zo onvoorspelbaar. Huidig landskampioen Ajax krijgt vaak klop in de Domstad, terwijl Feyenoord het er ook altijd moeilijk heeft. Maar andere keren krijgt FC Utrecht weer een pak rammel van kleinere tegenstanders.

Dit seizoen leek degelijk te beginnen met onder meer winst op Feyenoord in De Kuip. Maar vooral sinds de bekernederlaag tegen PSV vorige maand kwam de klad erin. Utrecht verloor van FC Twente, Go Ahead Eagles en vorige week nog met 5-1 van PSV. De drie punten tegen FC Dordrecht tussendoor zorgen ervoor dat Utrecht nu niet op een degradatieplek staat. En dan heeft trainer Rob Alflen ook nog eens de pech dat de ziekenboeg enorm uitpuilt: Robbin Ruiter, Nacer Barazite, Danny Verbeek, Edouard Duplan, Michael Zullo en waarschijnlijk tot de winterstop zelfs Anouar Kali. Met nog eens een schorsing van Mark van der Maarel daar bovenop moet FC Utrecht het tegen Vitesse weer ‘op zijn FC Utrechts’ doen: Met een hoop passie en werkvoetbal.