Keeper Iker Casillas debuteerde als zeventienjarige voor Real Madrid, verdrong als achttienjarige Bodo Illgner als eerste doelman van Ede Koninklijke en won toen hij net negentien jaar was al de Champions League. Dat gebeurde allemaal eind jaren 90. Van toen tot eind 2012 bleef hij onder de lat staan van Real. Plots vond de toenmalige trainer Jose Mourinho de Spaanse keeper niet meer goed genoeg.

Trainers komen en gaan maar keepers blijven in regel op de doellijn staan. Een doelman moet in regel een lange reeks blunders begaan voordat hij wordt ingeruild. En zeker een man met de staat van dienst als Casillas leek onvervangbaar. Mourinho zette Casillas echter niet als een soort wake up call neer op de reservebank. De Portugese trainer wilde permanent van hem af en kocht een nieuwe doelman, Diego Lopez van Sevilla.

In de zomer van 2013 nam Mourinho afscheid van Real Madrid om aan de slag te gaan bij Chelsea. De weg leek vrij voor een terugkeer van Casillas. De nieuwe trainer Carlo Ancelotti hield echter ook vast aan Lopez. Dit seizoen heeft Casillas nog geen enkele minuut gespeeld in de Spaanse Primera Division. Ancelotti laat hem alleen zijn handschoenen aantrekken voor de Europa League, waarin Casillas zeven duels speelde.

En hoe ondergaat Casillas de ietwat vernederende situatie? Hij is pas 32 jaar, voor een keeper heus nog geen leeftijd om genoegen te nemen met wat invalbeurten. “Je probeert te vechten en ik wil natuurlijk meer. Ik ben heel ambitieus en wil altijd spelen, maar ik respecteer mijn teamgenoten”, zegt hij. De keeper van het Spaanse elftal is er kennelijk niet de man naar om zijn kont tegen de krib te gooien. “Ik zou willen dat ik tot mijn veertigste bij Real kan blijven, maar er kan een moment komen dat het niet meer mogelijk is.”

Casillas speelt woensdag met Spanje een vriendschappelijke interland tegen Italië.