Johan Cruijff haalt in zijn column in De Telegraaf uit naar de mentale zwakte van Nederlandse clubs. Hij signaleert dat de knietjes gaan knikken, zodra “mogen” verandert in “moeten”. Dan bezwijken de eredivisionisten onder de druk.

Cruijff ziet spelers blokkeren

Cruijff laat optekenen: “Dan blokkeren spelers en zien ze de oplossing niet meer. Ik neem twee willekeurige voorbeelden van situaties die ik de afgelopen weken voorbij heb zien komen. Zo zag ik een team spelen tegen een ploeg waarvan bekend is dat ze gevaarlijk met corners zijn. Dan kan je twee dingen doen.

Allereerst zorgen dat je geen corners weggeeft. Lukt dat niet en zie je al die goede koppers in het strafschopgebied verschijnen, dan stuur je zelf twee of drie spelers naar voren. En dan kijken of de tegenstander het lef heeft om dat zo te laten. Negen van de tien keer nemen ze toch het besluit om extra mensen achterin te houden, waardoor de druk op jouw goal bij de corner een stuk minder is.”

En het tweede voorbeeld: “Ook zag ik een ploeg die toestond dat de keeper steeds ver kon uittrappen richting een kopsterke spits. Dat ging maar door, zonder dat er iets tegen werd gedaan. Terwijl als de verdediging tegen de middenlijn aan gaat staan, het hele probleem meteen is opgelost. Een kwestie van scherp in je hoofd zijn, waardoor je logisch blijft denken.”

Nederlandse voetbal heeft probleem

Kortom: “Inmiddels wordt wel duidelijk dat het Nederlands voetbal mentaal een probleem heeft. Het hele seizoen zie je clubs in de fout gaan zodra ze maar even favoriet zijn.”

De vraag is natuurlijk, hoe kan die druk worden verlicht? Is het mogelijk om verstorende gedachten overboord te kieperen, om spelers het gevoel te geven dat het een vrijblijvend partijtje op het strand is? Waarschijnlijk is het antwoord nee. Cruijff heeft zelf in 1978 op een extreme manier meegemaakt, wat druk en pessimistische gedachten met een mens kunnen doen. Hij liet het WK Voetbal in Argeninië schieten, omdat hij angst had voor een kidnapping. Het jaar daarvoor waren hij en zijn familie thuis het slachtoffer van een gewapende overval.