De carrière van Marco van Basten als trainer vertoont een merkwaardige neerwaartse curve. Normaliter werkt een trainer, als hij geluk heeft, zich geleidelijk omhoog. Je begint bij de amateurs, krijgt door een of andere toevalligheid een kans bij een profclub en valt op bij nog grotere clubs. Bij Van Basten gaat het andersom. Als groentje leidde hij Oranje, daarna mocht hij twee jaar aan de slag bij Ajax en vervolgens aanvaardde hij een positie bij Heerenveen. En daar stapt hij na de competitie op. Wat nu?

Marc Overmars, ex-speler van onder meer Oranje en Arsenal, verwacht dat Van Basten zijn blik wel weer opwaarts zal richten. Zodra “San Marco” er klaar voor is, zal hij warm welkom worden geheten door bijvoorbeeld het Italiaanse AC Milan, waar hij eind jaren tachtig schitterde. “Ga eens bij Milan luisteren als zijn naam valt”, vertelt Overmars. “Ooit gaat hij daar trainen. Als daar op topniveau met zoveel liefde en bewondering over je wordt gepraat, dan weet je het wel.”

Van Basten heeft in interviews verklaard dat hij beseft dat hij te hoog is ingestapt als trainer. Hij heeft de afgelopen twee jaar in Friesland benut om aan zichzelf te werken, in de wetenschap dat het trainerschap een “ervaringsvak” is. De Serie A lijkt hem momenteel niet zo te interesseren. “Ik heb in ieder geval niet de ambitie om naar het buitenland te gaan en ik kan hoog en laag springen, als er zich geen club meldt, houdt het op”, zegt hij.

Langzaam schikt Van Basten zich in zijn rol als trainer. Hij is er niet voor in de wieg gelegd, maar nu hij na enig wikken en wegen toch voor dit stiel heeft gekozen, wil hij ook daar de beste in worden. “Ik kan nu wel weer thuis gaan zitten, maar dat is niet handig. Niet voor mijn loopbaan, maar ook niet voor mijn eigen ontwikkeling”, besluit Van Basten.